‘Je realiseren dat zo’n ‘rotjongen’ ook spijt kan hebben’
Werken als jeugdreclasseringsmedewerker bij de Jeugdzorg betekent dat je probeert jongeren die met justitie in aanraking zijn gekomen, de goede kant op te helpen. Jongeren reageren daar heel verschillend op, weet Carmen Spa van Bureau Jeugdzorg Utrecht. Je moet de juiste toon vinden om ze te bereiken.
Carmen Spa werkt al tien jaar bij Bureau Jeugdzorg Utrecht, de laatste twee jaar bij de Jeugdreclassering. Als een jongere met justitie in aanraking is gekomen, wordt hij door de kinderrechter of de Raad voor de Kinderbescherming aangemeld bij de jeugdreclassering. Het kan gaan om jongeren die al vaker veroordeeld zijn, of om nieuwe jongeren, ‘First offenders’. Carmens cliënten zijn jongeren tussen 12 en 18 jaar die allerlei delicten plegen. Haar opdracht: ze helpen een levenswijze kiezen zodat ze niet meer met politie in aanraking komen. Haar doel: jongeren zelfstandig laten kiezen voor een beter perspectief. De jeugdreclasseringswerkers bij Bureau Jeugdzorg Utrecht werken in vier teams van elk ongeveer zes teamleden. Ze worden ondersteund door twee unitleiders en twee gedragswetenschappers. Carmen, die trajecten met allochtone jongeren doet, heeft ongeveer 12 cliënten onder haar hoede.
Is dat niet veel?Carmen: “Dat is niet weinig, maar dit werk geeft mij energie. Je moet ook bedenken dat deze jongeren niet de hele week door crimineel zijn. Maar je kunt dit werk niet echt parttime doen: elk moment kun je gevraagd worden voor advies of hulp. Mijn collega’s werken dan ook meestal 32 of 36 uur per week.”
Zijn je cliënten allemaal echte criminelen?“Zo simpel ligt dat niet. Een derde van mijn cliënten heeft toevallig eens iets verkeerd gedaan, en heeft daar vaak meteen al spijt van. Een derde erkent iets verkeerds te hebben gedaan, maar heeft een excuus: “ja maar hij of zij ...” En de rest ontkent glashard dat zij iets hebben gedaan, of er zelfs maar bij waren (“waar heb je het over, het was mijn broer”). Bij hen weet ik nooit 100% zeker of ze echt iets strafbaars hebben gedaan, ook al zijn ze door de rechter hierheen gezonden. Ik spreek ze dus ook niet aan als crimineel, maar als iemand die mogelijk crimineel heeft gehandeld. Uiteindelijk ben ik voor hen een kans op vrijheid. Het is in hun eigen belang om mee te werken. Doen ze dat niet, dan lopen ze het risico hun straf uit te moeten zitten.”
Hoe ga je te werk bij een nieuwe melding?“Eerst verzamel ik zoveel mogelijk informatie. Ik lees mijn dossier, spreek de cliënt zelf en peil ook reacties van ouders en derden. Vaak biedt dat al veel openingen. Ouders zijn vaak erg geschrokken. Sommige ouders ontkennen aanvankelijk alles, maar draaien dan bij. Uiteindelijk merk ik bijna altijd: ouders willen het beste voor hun eigen kind, beter dan voor zichzelf. Meestal kan ik hen dan wel helpen.”
En in een gesprek met een jongere?“Ik wil dat ze begrijpen dat wat ze hebben gedaan niet kan. Dat het nare gevolgen heeft voor slachtoffers, hun familie en voor hun eigen toekomst. Soms gebruik ik daarbij eigen ervaringen. Bijvoorbeeld dat er in een jaar twee keer in mijn auto ingebroken is, omdat ze dachten dat er een TomTom in lag. Ik wijs ze erop hoeveel overlast dat voor mij oplevert, en probeer ze zo te overtuigen, soms tegen beter weten in.”
Ben je een beetje een dominee?Lachend:”Ja, een beetje wel. In dit vak moet je echt geloven in mensen, erop vertrouwen dat iedereen kan veranderen en zeker niet zuur denken over de maatschappij. Dan val je door de mand en bereik je ze zeker niet. Werken met jongeren betekent ook: hen aanvoelen, welke toon is een goede, waar zijn ze allergisch voor? Dus juist niet preken, een beetje meegaand zijn.”
Wat zijn jouw successen in je werk?“Als kleine dingen goed gaan: ik kreeg laatst bijvoorbeeld een sms’je van een cliënt: “ik wil met je praten, het gaat niet goed met me”. Daaruit blijkt vertrouwen. Een tijdje terug was ik met mijn dochter aan het winkelen, hoor ik ineens “Hoooiiii!” achter me. Zag ik een jongeman van een jaar of twintig, met vriendin en baby. Bleek het een jongen te zijn die ik vijf jaar geleden onder toezicht had gesteld. Een afgeschreven kind toen. En nu weer helemaal goed. Geweldig is dat!.”
Wat wil je voor jouw cliënten zijn?“Ik wil een rustpunt zijn dat met ze meedenkt. Dat ze toont hoe ze beter kunnen nadenken over de effecten van wat ze doen. Daarvoor moet je zelf wel een zekere balans hebben, niet snel uit je evenwicht raken. Betrouwbaar en betrokken zijn is heel erg belangrijk: dat je doet wat je zegt. Een jeugdreclasseringsmedewerker die dat heeft, heeft hier een erg leuke baan.”
>> meer verhalen van collega's