Regelaar van perspectief
Linda Loffeld is medewerker bij Bureau Jeugdzorg in Eindhoven. Dagelijks komt ze bij gezinnen met problemen. In haar werk combineert ze betrokkenheid met de kinderen met het houden van professionele afstand. Want soms zijn er emoties en is er verdriet. Maar bijna altijd is er een weg uit de problemen. In dit artikel schetst Linda hoe ze dat aanpakt, als regelaar van perspectief.
Linda Loffeld (28) werkt als gezinsvoogd bij het Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant. Vanuit haar werkplek in het centrum van Eindhoven bezoekt ze regelmatig haar cliënten. Een beeld van een baan waarin uitdagingen en dilemma’s elkaar dagelijks afwisselen. Veel mensen weten niet wat het werk van een Bureau Jeugdzorg inhoudt.
Kun je dat eens uitleggen?Linda: “Ouders en kinderen met problemen melden zich in eerste instantie bij eerstelijns voorzieningen, zoals de jeugdgezondheidszorg, het algemeen maatschappelijk werk, of het sociaal maatschappelijk werk (straks bij de toekomstige Centra voor Jeugd en Gezin, red.). Bij ernstige en complexe opvoedings- of opgroeiproblemen worden ze doorverwezen naar het Bureau Jeugdzorg. Voor bepaalde vormen van Jeugdzorg kunnen wij een indicatie afgeven. Daarnaast voeren wij ook jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringmaatregelen uit die door de rechter worden opgelegd. En ook het Advies- en meldpunt Kindermishandeling en de Kindertelefoon horen bij Bureau Jeugdzorg.”
Wat is jouw functie binnen het Bureau Jeugdzorg?Linda: “Ik ben jeugdbeschermer ofwel gezinsvoogd. Ik werk voor gezinnen die door de kinderrechter onder toezicht zijn gesteld. Een gezinsvoogd wordt aan ouders toegewezen omdat hulp in het vrijwillige kader ontoereikend is geweest. Bij zo’n OTS-maatregel (Onder Toezicht Stelling), blijven ouders wel de eindverantwoordelijke opvoeders. Als een voogd, of voogdijmaatregel wordt ingesteld, verliezen ouders die eindverantwoordelijkheid.”
Wat voor problemen kom je tegen bij je cliënten?Linda: “Ik heb zo’n 15 gezinnen onder mijn hoede. Vaak hebben gezinnen problemen op veel gebieden tegelijkertijd. Ik heb te maken met echtscheidingsproblematiek, hoge schulden, huisvestingproblemen, verslavings- en/of psychiatrische problematiek, huiselijk geweld, en allerlei vormen van misbruik. Mijn taak is samen met het gezin vast te stellen wat er goed gaat, wat er moet veranderen en wat voor hulp ze nodig hebben. Dat is geen gemakkelijk proces, want de ouders die ik tegenkom hebben niet vrijwillig gekozen voor hulp. Vaak hebben ze al veel vormen van hulpverlening achter de rug die niet tot verandering hebben geleid. Logisch dat ik dan met weerstand te maken krijg.”
Hoe pak je dat aan?“Ik zal ze eerst moeten overtuigen dat er iets moet gebeuren. Als duidelijk is wat het gezin nodig heeft, stel ik samen met de ouders en de jongeren een plan voor een hulptraject op. Ik kan daarbij kiezen uit het gehele palet aan hulp dat de Jeugdzorg biedt, aangevuld met diensten uit de psychiatrie. Ik probeer hen ook te motiveren om dit traject te blijven volgen. Veiligheid en bescherming van de jongere staan daarbij altijd voorop. Soms kan het noodzakelijk zijn een traject te kiezen waar ouders of de jongeren tegen zijn, zoals bijvoorbeeld een uithuisplaatsing. Zo’n beslissing wordt altijd genomen in het belang van het kind en kan pas worden uitgevoerd na toetsing door de Kinderrechter.”
Wat komt er nog meer bij kijken?Naast het contact met cliënten en ouders, wat bijna de helft van mijn werkweek in beslag neemt, doe ik natuurlijk veel organiserend werk, het plannen en vooral het organiseren van de hulp. Daar heb je verschillende partijen zoals school, wijkwerk of politie bij nodig. We regelen dus veel achter de schermen.”
Het lijkt een lastige baan. Waarom kies je voor dit werk?Linda: “Het is een persoonlijke uitdaging. Vaak hebben gezinnen ze al heel veel problemen en hulpverlening gehad. Ze zijn vaak alle vertrouwen in de hulpverlening kwijt en hebben weinig energie om met een nieuwe aanpak aan de slag te gaan. De juiste knoppen vinden om nieuw perspectief te bieden is dan de uitdaging. Jongeren toch weer een kans geven, ondanks alles, dat doet het voor mij wel.”
Maar kinderen nieuwe kansen geven, dat doen artsen ook?Linda (lachend): “Ik heb helemaal niets met naalden en witte jassen. Ik zou nooit in een ziekenhuis willen werken. Nee, ik kies meer voor het sociaal en maatschappelijk vlak. Dat is iets anders dan iemand weer fysiek gezond maken.”
Hoe moet je tegenover je cliënten staan?Linda: “Je moet er echt vanuit gaan dat mensen intrinsiek goede wezens zijn. Want naast slachtoffers moet je ook met daders omgaan. Er is heel veel machteloosheid, sommige mensen weten niet anders dan dat wat ze doen, goed is. Je moet in staat zijn hen prikkels te geven, om alternatieven aan te nemen. Het is vooral belangrijk dat je de positieve kanten van mensen niet vergeet en ook vooral de krachten van mensen kan benadrukken. Mensen moeten zich vooral weer sterk gaan voelen en zoveel mogelijk gestuurd en ondersteund worden om zelf goede beslissingen te nemen.”
Tot slot: wat vind je het leukste van je baan?“De vrijheid om je eigen dag in te vullen; ik kan over het algemeen zelfstandig kiezen wat ik ga doen. Je bent bijna een eigen baasje, natuurlijk wel in de kaders die je met collega’s afspreekt, maar je handelingsvrijheid is groot. Daarnaast is ook de verantwoordelijkheid groot, je moet zelf goed prioriteiten kunnen stellen, ook hulp durven vragen als je er niet uit komt. De variatie in het werk, van huisbezoeken, en hulpverlenersoverleggen tot gesprekken met politie en crisisplaatsing en de dagelijkse dilemma’s houden het werk heel uitdagend. Er is geen een zaak hetzelfde als een andere. Bovenal kleine stapjes die je mensen kunt laten zetten waarvoor zij vaak grote complimenten verdienen.”
>> meer verhalen van collega's