Als Tom dertien jaar is, begint het verkeerd te gaan. Het gaat niet goed op school, hij verliest zijn gevoel voor eigenwaarde en leert een groepje jongens kennen door wie hij zich gewaardeerd voelt. Jongens die blowen, soms harddrugs gebruiken, kleine misdrijven begaan. Tom wil niet voor zijn vrienden onder doen en begint mee te doen.
Hij gebruikt drugs en hij steelt: eerst van zijn ouders, later van anderen. Heel langzaam glijdt Tom af. Zijn ouders verliezen de controle over hem, krijgen geen contact meer met hem. Alles proberen ze, beloften, dreigementen. Tom vertrouwt hen niet en andersom verliezen zijn ouders het vertrouwen in hem. Hij wordt agressief, begint zijn familie te terroriseren.
Uit huisNa een moeilijk jaar besluit een jeugdrechter dat Tom uit huis wordt geplaatst. Hij wordt onder toezicht gesteld en krijgt een plaats in de dag- en nachtopvang Lievenshove. Daar gaat hij ook naar school, maar kan daar niet erg meekomen. Hij wordt een keer erg driftig, slaat wild om zich heen en moet daarom twee weken naar het gesloten correctiecentrum, om af te koelen. Enkele weken later geeft Tom zelf aan dat hij graag zijn best wil gaan doen. Hij wordt getest en er wordt geconstateerd dat Tom moeilijk kan leren, maar een goed ruimtelijk inzicht heeft. Tom wil ook graag metselaar worden. Een vak dat volgens zijn begeleiders goed bij hem past. Hij wordt overgeplaatst naar Vreekwijk, een internaat bij Deurne, waar hij de opleiding kan volgen om bouwvakker te worden.
Tom is inmiddels 15 jaar, en doet het goed. Onlangs is hij een ‘gewone’ internaatbewoner geworden. Voor hem geen time-outs meer, en ook drugs gebruikt hij niet meer. Tom wil wat van zijn leven maken. En dat gaat lukken. Daarvan is hij overtuigd.
>> meer reacties van clienten en ouders