Binnen de jeugdzorg tref je heel veel functies aan. In de bijlage van de CAO 2008 – 2010 is een functieboek opgenomen met 70 referentiefuncties die in de jeugdzorg worden onderscheiden. Bijna een derde van die functies zijn sociaal-agogische functies. Het gaat om functies waarbij mbo of hbo werk- en denkniveau wordt gevraagd.
Talloze mogelijkheden In sociaal-agogische functies bied je ondersteuning en hulp bij opgroei- en opvoedproblemen aan kinderen, jongeren en hun ouders, zowel vrijwilig als onder jusititiële dwang. Er zijn verschillende doelgroepen waar je je op kunt richt en ook de setting waarin je werkt kan verschillen. Binnen de Bureaus Jeugdzorg en instellingen voor jeugd- en Opvoedhulp kun je bijvoorbeeld werken aan de toegang tot de jeugdzorg, voer je jeugdbeschermingsmaatregelen (voogdij, gezinsvoogdij) uit of houd je je bezig met jeugdreclassering.
Je kunt ook jeugdigen individueel of groepsgewijs begeleiden, bijvoorbeeld in een behandelleefgroep, in een behandeltrainingsgroep of in de crisisopvang. Ook kun je denken aan pleegzorg, waarbij kinderen in pleeggezinnen opgevangen worden. Je kunt met jonge kinderen werken, met pubers of met jeugdigen met een licht verstandelijke beperking. Er zijn ook speciale meiden- en jongensgroepen. Kortom, genoeg mogelijkheden om de werkplek van jouw keus te vinden!
Verschillende functienamen Binnen instellingen worden allerlei functionele benamingen gebruikt die nogal kunnen verschillen met die uit de CAO. Een voorbeeld: De CAO spreekt over ambulant hulpverlener. Dit is een algemene benaming voor professionals die ambulant werk verrichten. In de praktijk zie je allerlei functionele benamingen, zoals: gezinsvoogd, gezinscoach, intensief ambulant werker of casemanager.
Beroepsprofiel jeugdzorgwerker Op landelijk niveau is er één beroepsprofiel ‘jeugdzorgwerker’ ontwikkeld, waar al die verschillende functies en benamingen onder vallen. Daarin zijn 2 verschillende werkcontexten onderscheiden: die van de systeemgerichte jeugdzorgwerker en de pedagogisch gerichte jeugdzorgwerker. Overigens zijn de werkcontexten in de praktijk niet zo sterk gescheiden als het nu lijkt en kunnen ze beiden binnen één functie voor komen.
Systeemgericht Functies met een systeemgerichte context kom je zowel bij Bureaus Jeugdzorg als bij instellingen voor jeugd- en opvoedhulp tegen, met namen als ambulant hulpverlener, jeugdbeschermer of medewerker AMK. Deze werkers richten zich vooral op de thuissituatie en werken vaak direct met de opvoeders en de verdere omgeving van jeugdigen samen.
Pedagogisch gericht Als pedagogisch gerichte jeugdzorgwerker werk je vaak bij instellingen die geïndiceerde jeugdzorg verlenen. Je kunt zowel met groepen cliënten als met individuele jongeren werken. Je richt je op de opvoeding en ontwikkeling van de jeugdige. De opvoeders en de verdere omgeving van de jeugdige spelen daarin een rol en betrek je ook in de ondersteuning die je biedt. Bij groepswerk ben je vaak alleen of met een collega aan het werk met een groep van 8-9 jeugdigen. Bijpassende CAO functies zijn die van pedagogisch medewerker en gezinshuisouder. Groepsleider, mentor, jongerencoach of woonbegeleider zijn ook namen die je in de praktijk tegenkomt.
Check je mogelijkheden Wil je meer weten over jouw loopbaanmogelijkheden? Ga naar loopbanen voor jeugdzorgwerkers .
Of kijk natuurlijk nog even verder op deze site voor meer informatie over functies én vacatures in de Jeugdzorg.